PROTOCOL LEELINGENVERVOER EN VEILIGHEID
MONTESSORISCHOOL HOOGEVEEN
 MAART 2013
 
Doel protocol leerlingenvervoer en veiligheid
Met dit protocol wordt beoogd voorschriften te geven aan het schoolbestuur, personeel, ouders c.q.
vrijwilligers en andere partijen die het leerlingenvervoer verzorgen, met als doel daarmee de
(verkeers)veiligheid van leerlingen zoveel mogelijk te waarborgen. Wettelijke regels die van toepassing zijn op leerlingenvervoer, zoals omschreven in de weg- en verkeerswet, de Wet Personenvervoer en de Regeling Zitplaatsverdeling Bussen en Auto s (ingegaan op 1 september 2002 en de nieuwe Nederlandse regels voor veilig vervoer van kinderen in de auto per 1 maart 2006) vinden hun weerslag in dit protocol.
 
Inhoud:
1.         Definities 
2.         Algemeen 
3.         Voorschriften per vervoermiddel 
3.1.1      Per auto 
3.1.2      Verkeersregels 
3.1.3      Route 
3.1.4      Aantal te vervoeren personen 
3.1.5      Plaats van de te vervoeren leerlingen. 
3.1.6      Autogordels 
3.1.7      Kinderslot 
3.1.8      In- en uitstappen 
3.1.9      Verzekering 
3.1.10     Rijbewijs
3.2        Begeleiding van kinderen
3.2.1      Per touringcar
3.2.2      Per fiets
3.2.3      Te voet op excursie
4.          Verzekering 
5.          Naleving van dit protocol 

Bijlage 1   Verzekeringen

1.  Definities
In dit protocol wordt verstaan onder:
a.  Leerlingenvervoer: het door de school georganiseerd groepsvervoer van leerlingen, bijvoorbeeld
 in het kader van schoolreis, excursies, theater- en concertbezoeken etc . Hieronder wordt
uitdrukkelijk niet verstaan het vervoer van de eigen kinderen door de ouders van en naar school.
b.  Verzekering: Voor rijdende ouders: Een WA verzekering en een inzittendenverzekering.
 
2.  Algemeen  
a.1. De directie draagt zorg voor het bekendmaken van dit protocol aan de betrokken partijen.
a.2. De directie ziet er op toe dat de uitvoering van onderstaande voorschriften wordt nageleefd.
a.3. De directie draagt er zorg voor dat dit protocol ter inzage is op de website van onze school.
b.    Ouders, of andere personen die optreden als begeleiders tijdens de schoolreis, volgen de aanwijzingen van de directie en leerkrachten op.
c .   Tijdens een reisje / excursie is de leerkracht verantwoordelijk voor naleving van het protocol door begeleiders.
c .1. Bij calamiteiten zijn de leerkrachten verantwoordelijk voor het zoeken van een passende oplossing voor het probleem.
d.     Ouders zijn enkel als begeleider aanwezig en zij volgen de aanwijzingen van de leerkrachten op.
e.     Loop en fietsroutes zijn vooraf door de leerkracht gecontroleerd.
 
3.  Voorschriften per vervoermiddel


3.1.1  Per auto
De chauffeur neemt het volgende in acht:
 
3.1.2  Verkeersregels

De chauffeur houdt zich aan de wettelijk vastgestelde verkeersregels. Bekeuringen gerelateerd aan
(verkeers)overtredingen door de chauffeur kunnen niet worden verhaald op de school.
 
3.1.3  Route
Er wordt bij autovervoer niet bewust in colonne gereden aangezien dan de mogelijkheid bestaat dat voornamelijk op de auto die er voor rijdt wordt gelet en minder op het totale verkeer. Er wordt gebruik gemaakt van een navigatiesysteem of een duidelijke routebeschrijving. 
 
3.1.4  Aantal te vervoeren personen
Er worden niet meer kinderen in de auto vervoerd dan er autogordels aanwezig zijn. De kinderen mogen dus niet in de bagageruimte van de auto worden vervoerd. De leerkracht deelt de leerlingen vooraf in per auto op basis van het aantal wettelijk beschikbare plaatsen per auto.
 
3.1.5    Plaats van de te vervoeren leerlingen
Basisregel:
a.  Kinderen kleiner dan 1.35 meter moeten altijd in een passend en goedgekeurd (ECE R44/03 of ECE R44/04) kinderzitje of op een zittingverhoger zitten bij vervoer van eigen kinderen. 
b.  Kinderen vanaf 1.35 meter en volwassenen moeten gebruik maken van de Veiligheidsgordel voor-  en achterin de auto.
c .  Bij incidenteel vervoer van andermans kinderen over een korte afstand is een kinderzitje niet verplicht. 
                                     
3.1.6  Autogordels
a.  De bestuurder van de auto let er op dat de kinderen de autogordels voor vertrek om doen en dat
ze die tijdens het rijden niet afdoen.
b.  De driepuntsgordel als heupgordel gebruiken mag niet. De driepuntsgordels zijn hier niet voor gemaakt en bieden dan onvoldoende veiligheid.
c .  Als op de achterbank al twee kinderzitjes in gebruik zijn en er voor een derde geen ruimte is, dan hoeft het derde kind, mits ouder dan drie jaar (ook  al is het kleiner dan 1.35 meter) op de achterbank niet in een kinderzitje. Het moet dan wel de autogordel om.
d.  Voor vertrek controleert de verantwoordelijke leerkracht of het aantal leerlingen dat per auto wordt vervoerd aan de hierboven geldende regels voldoet.
e.  Indien er te weinig geldige zitplaatsen voor de leerlingen beschikbaar zijn, neemt de verantwoordelijke leerkracht het besluit om geen vervoer te laten plaatsvinden!

3.1.7  Kinderslot
a. Indien aanwezig, wordt er gebruik gemaakt van kindersloten.
 
 3.1.8  In- en uitstappen
 a. De kinderen dienen op een veilige plaats in- en uit te stappen; aan de trottoirkant of, als er geen trottoir is, in de berm. Begeleiders dienen zelf eerst uit te stappen.
 
3.1.9  Verzekering
a. Er wordt van uit gegaan dat de rijdende ouder een deugdelijke W.A. verzekering en een inzittendenverzekering heeft afgesloten. Het vervoeren van leerlingen zonder beide verzekeringen kan niet worden toegestaan.
 
3.1.10  Rijbewijs
a. Bestuurders dienen in het bezit te zijn van een geldig Nederlands rijbewijs, en dit ook bij zich te hebben.
 
3.2  Begeleiding van kinderen
Per vervoerswijze wordt aangegeven hoe de verhouding kinderen ten opzichte van volwassenen is.
 
3.2.1  Per touringcar
a.  Het aantal te vervoeren personen met een touringcar is gekoppeld aan het aantal zitplaatsen. In een touringcar mogen niet meer leerlingen zitten dan er zitplaatsen voor volwassenen zijn. Het aantal zitplaatsen is terug te vinden op het keuringsbewijs dat in de touringcars aanwezig moet zijn. 
b.  Bij vervoer per touringcar dient tenminste één begeleider per vijfentwintig leerlingen aanwezig te zijn.
c .  Bij voorkeur is er naast de chauffeur een begeleider aanwezig.
d.   Begeleiders dienen tijdens de schoolreis verspreid in de touringcar te zitten.
e.   In touringcars moeten kinderen ouder dan 3 jaar de gordel gebruiken.
f.    Er dient altijd minimaal één verantwoordelijke leerkracht mee te reizen per touringcar.
g.   De klassenleerkracht controleert voor vertrek of aan bovenstaande is voldaan.

3.2.2  Per fiets
a.  Leerlingenvervoer per fiets vindt plaats vanaf groep 5.
b.  De begeleiding van de leerlingen van groepen vindt plaats onder de verantwoordelijkheid van de leerkracht en omvat minstens twee volwassenen per groep.
c.  Er dient altijd minimaal één verantwoordelijke leerkracht mee te reizen op de fiets.
d.  Er worden door de begeleiders van te voren afspraken gemaakt over de volgende punten:
(1)  Er wordt in kleine groepjes met minimaal één begeleider gefietst, of
(2)  De hele groep rijdt in één blok waarbij de begeleiders zo goed mogelijk worden verdeeld over
de groep.
(3)  Hoe te handelen bij het oversteken van een straat en bij stoplichten.
f.   Alle begeleiders dragen een reflecterend veiligheidsvest.
g.  Als er te weinig begeleiders aanwezig zijn vindt de reis geen doorgang.
 
3.2.3  Te voet op excursie
a.  Leerlingenvervoer te voet vindt slechts plaats met 1 extra begeleider naast de leerkracht.
b.  Er dient altijd minimaal één verantwoordelijke leerkracht mee te lopen per groep.
c.  Als er te weinig begeleiders aanwezig zijn vindt de excursie geen doorgang.
d.  Indien er geen voetpad aanwezig is wordt links aangehouden
 
NB: Er wordt een uitzondering gemaakt voor de gymlessen of een wandeling in de woonwijk Trasselt. Hierbij zijn geen extra begeleiders nodig.
      
4  Verzekering
a.  De directie draagt zorg voor deugdelijke verzekering wanneer gebruik gemaakt wordt van vervoermiddelen die eigendom zijn van de school en die gebruikt worden voor het georganiseerd groepsvervoer van leerlingen.
b.  De directie vergewist zich van een deugdelijke verzekering wanneer voor het georganiseerd groepsvervoer van leerlingen gebruik gemaakt wordt van voertuigen die eigendom zijn van ouders c.q. vrijwilligers. De directie kan dit delegeren naar de leerkrachten.
c . Wanneer voor het leerlingenvervoer gebruik gemaakt wordt van de diensten van een vervoersmaatschappij, vergewist de directie, via de verantwoordelijke en organiserende leerkracht(en), zich van deugdelijke verzekering door deze maatschappij. 
d.  Grote calamiteiten/ongevallen worden door de leerkracht direct telefonisch gemeld aan de directie. Kleine
calamiteiten worden na terugkomst gemeld bij de directie en geregistreerd in de map voor incidentenregistraties.
 
5  Naleving van dit protocol.
De verantwoordelijke leerkracht informeert de betrokken ouders over naleving van de regels en afspraken die in dit protocol zijn opgenomen. We nemen aan dat iedere betrokkene het belang van naleving van dit protocol erkent en conform de gemaakte afspraken handelt. Indien dit niet mogelijk is zal per situatie bezien moeten worden hoe te handelen. De eindverantwoordelijkheid van de naleving van dit protocol ligt bij de directie. De leerkrachten worden zoals eerder in artikel 2 genoemd geacht bekend te zijn en te handelen op basis van dit protocol.
 
Bijlage 1:
 
Verzekeringen
 
Schoolverzekering
De Montessorischool heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een aansprakelijkheidsverzekering. Dit is een basispakket dat alle relevante schadeclaims dekt, mits deze in relatie staan met de school. Het betekent dat (meerdaagse) schoolreisjes en excursies in deze verzekering zijn meeverzekerd.
 
Collectieve ongevallenverzekering
Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten  (leerlingen, personeel en vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering als een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk meeverzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkene geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiële schade (kapotte bril, fiets et cetera) valt niet onder de dekking. De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als diegenen die voor de school actief zijn (bestuursleden, personeel en vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims als gevolg van onrechtmatig handelen.
 
Er zijn twee aspecten, die vaak aanleiding zijn tot misverstand:
 
•    Ten eerste is de school of het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar berust op een misverstand. De school is alleen aansprakelijk en daarmee schadevergoedingspichtig wanneer er sprake is vaneen verwijtbare fout. De school (of zij die voor de school optreden) moeten dus tekort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Het is dus mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid van de kant van de school. Een voorbeeld daarvan is schade aan een bril tijdens de gymnastiekles; die schade valt niet onder de aansprakelijkheidsverzekering en wordt (dan ook) niet door de school vergoed.
 
•    Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn dan veertien jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat
ouders zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering afsluiten.